Histotheek.nl
Home arrow GRIEKEN EN ROMEINEN arrow Romeinen: Romeinse cijfers
 
 
Romeinen: Romeinse cijfers Afdrukken E-mail

Het getallenstelsel van de Romeinen is waarschijnlijk ontstaan als een telsysteem voor de herders, die op een kerfstok bijhielden of ze wel met al hun schapen terug thuis waren gekomen. Later werden deze kerfstreepjes letters die uit het Romeinse alfabet werden overgenomen. Maar toch bleef dit getallenstelsel een primitief systeem. Toch wel verwonderlijk als je bedenkt welk een hoog niveau de Romeinse beschaving bereikte. Het maken van voor ons eenvoudige berekeningen als vermenigvuldigingen en delingen, was met Romeinse getallen een hopeloze opgave. Eigenlijk werd het alleen gebruikt voor notaties en gebeurden berekeningen met een ‘abacus’ of rekentafel.

Op de eerste plaats was het rekenen met aldus genoteerde getallen geen kleinigheid. Een eenvoudige vermenigvuldiging was al een karwei voor deskundigen om van delingen maar te zwijgen. Een tweede nadeel betrof het feit dat het aantal verschillende tekens moest worden uitgebreid naarmate men grotere getallen wilde weergeven. Toch werd dit systeem in Europa nog tot in de Middeleeuwen algemeen heel veel gebruikt. Oorspronkelijk waren de Romeinse cijfers dus kerfstreepjes. Ze zijn niet gebaseerd op de beginletters van woorden, zoals sommigen denken.

De Romeinen kenden ook alleen maar hoofdletters (kapitalen). Maar soms vind je bijvoorbeeld bij een paginanummering, ook wel Romeinse getallen in kleine letters. De latere Romeinen gebruikten geen aparte karakters voor de cijfers, maar leenden een aantal letters uit het gewone alfabet. Maar in een inscriptie van omstreeks 170 vóór Christus, gevonden in het Zuid-Italiaanse Lucania, zien we voor het getal ‘50’nog een naar beneden wijzend pijltje in plaats van de letter L. Wel werkt het Romeinse cijfersysteem anders. Bij ons betekenen de cijfers 777 op iedere plek weer wat anders. Want van links naar rechts is dat 7, 70 ,700. Bij de Romeinen was dat anders. Daar betekent bij bijvoorbeeld het getal CCC, elke C honderd. Bij dit Romeinse getallenstelsel tel je die 3 C’s bij elkaar op en dan krijg je 300 als uitkomst. Dit betekent dus dat alle getallen positief zijn en getallen achter de komma komen niet voor. Maar om de notering vorm wat korter te maken, voegden ze later aan het systeem een subtractief element toe: als een kleinere waarde voor een grotere staat, moet je de kleinere aftrekken. Een voorbeeld hiervan is: ‘IX’ : 10 – 1= 9, ‘IV’ : 5 – 1 = 4, 'CM': 1000 - 100 = 900.

Je mag bij de Romeinse getallen ook nooit een zelfde letter meer dan drie keer na elkaar gebruiken. Bijvoorbeeld: 4 moet je als IV noteren en niet als IIII. De notering van IIII komt toch wel heel vaak voor, maar mag eigenlijk niet. Het is immers de oudste vorm, die door de nieuwere (IV) is verdrongen. Zeker als het om grote getallen gaat, hebben de Romeinen vele dingen bij bedacht.

Een paar voorbeelden hiervan zijn: De eerste hiervan is een andere schrijfwijze voor het getal duizend en de tweede aan andere schrijfwijze voor 5000. De schrijfwijze voor 1.000 (M) is eigenlijk een stilering van een cirkel (= twee gespiegelde C's) met een verticale streep in het midden. Twee concentrische cirkels stonden dan voor 10.000 en drie voor 100.000. (Theoretisch kun je zo nog grotere veelvouden van 1.000 weergeven. Maar in de praktijk gebeurde dat niet omdat de getalwaarde van een dergelijke notering niet goed meer in één oogopslag te lezen is.) Halve cirkels (een I met rechts daarvan één of meer C's in spiegelschrift) geven aan dat je het zo verkregen getal door twee moet delen. (Zo kun je ook de 'D' voor 500 beschouwen als een halve duizend in deze notering.)Het derde en vierde getal betekenen 12.000 en 30.000.000. Het horizontale streepje geeft aan dat je het getal eronder met 1.000 moet vermenigvuldigen. Staat het getal in een niet gesloten rechthoek, dan moet je het met 100.000 vermenigvuldigen. Zelfs combinaties waren mogelijk: als je het 3de getal hierboven vlak achter het 4de zou schrijven, krijg je de Romeinse notering voor 30.012.000.

Spelregels 

Bij het maken van sommen mogen dus alleen de ‘C’, ‘X’ en ‘I’ worden afgetrokken – en dat maar één keer.
Als je 8 wilt noteren, is dat dus niet IIX, maar VIII Nooit dezelfde letter drie keer achter elkaar gebruiken.
De letters V, L en D zijn afgeleid van X, C en M door ze in twee helften door te snijden.
De bovenhelft van een X is een V, de onderhelft van een (hoekige) C is een L en de linkerhelft van M is (in gesloten vorm) een D.
De V en U werden bij de Romeinen hetzelfde geschreven. Net zoals de I en de J. vandaar dat je in oude geschriften die letters soms ook tegen komt.
Vanaf 5000 verandert er het een en ander. In plaats van optellen wordt er vermenigvuldigd. Zo is V.M vijf duizend (5 x 1000). Daar achter komt een spatie en de rest van het cijfer. Het getal 5.555 wordt als volgt weergegeven V.M DLV

M = 1000
D = 500
C = 100
L = 50
X = 10
V = 5
I = 1

Bovenstaande informatie van een leerling, gecombineerd met gegevens van wikipedia

 
< Vorige   Volgende >
 
 
© 2010 Histotheek.nl
 

Gratis oefenmateriaal

ZOEKEN IN WIKIPEDIA

Search Wikipedia

site stats