Histotheek.nl
Home arrow ONTDEKKERS EN HERVORMERS arrow Startsein voor de Tachtigjarige oorlog: de slag bij Heiligerlee (1568)
 
 
Startsein voor de Tachtigjarige oorlog: de slag bij Heiligerlee (1568) Afdrukken E-mail

Toen de Nederlandse edelen tegen de plannen van koning Filips II geen andere uitweg meer zagen, besloten zij, aangevoerd door prins Willem van Oranje, tot een gewapende strijd. Deze strijd begon in 1568 en zou tachtig jaar later, in 1648, pas eindigen met de vrede van Münster. 

Image
Standbeeld van Graaf Adolf in Heiligerlee
 

Adolf en Lodewijk van Nassau, twee broers van Willem van Oranje, gingen bij Bunde de Nederlandse grens over en namen via Bellingwolde de burcht te Wedde in. Vanaf dit strategische punt dachten ze het hele land gemakkelijk verder te kunnen veroveren. De andere legers van Willem van Oranje probeerden het zelfde vanuit Noord-Limburg. De troepen zouden elkaar treffen in de buurt van Utrecht, aldus het plan. Geen van de aanvallen slaagde echter in zijn opzet. Alleen Lodewijk en Adolf wonnen een veldslag. Deze veldslag was de slag bij Heiligerlee.

Voor deze veldslag hadden Adolf en Lodewijk een slimme tactiek bedacht. Ze hadden hun troepen, bij elkaar zo’n drieduizend voetsoldaten en driehonderd ruiters, in drieën gesplitst. Ze lokten de soldaten van Graaf Aremberg die met ongeveer evenveel waren gemakkelijk in de val. Ze dreven de soldaten van Graaf Aremberg steeds verder terug, totdat die soldaten vastzaten in het moeras. Graaf Aremberg verloor zeventienhonderd man op deze avond van de 22e mei 1568. Lodewijk verloor slechts veertig man in de slag die maar twee uur duurde. Onder de slachtoffers was wel zijn broer Adolf, die op 27-jarige leeftijd stierf, nu moest Lodewijk alleen verder.  

Vanuit zee kregen de edelen onder leiding van de Oranje steun van de watergeuzen, die met hun schepen aanvallen deden op kuststeden als den Briel.  Lodewijk werd uiteindelijk benoemd tot admiraal van de Watergeuzen, die niet bij iedereen een goede naam hadden. Vele Nederlanders waren bang voor hen, omdat zij vroeger zeerovers waren.  

De strijd in Noord Nederland 

Na Heiligerlee trokken Lodewijk en zijn strijders, die wel wat aandurfden na hun eerste roemvolle overwinning, richting de versterking Appingedam. Vanaf hier wilden ze doortrekken naar de stad Groningen, want dan hadden ze de eerste grote stad in handen. Daar konden de Watergeuzen hen bij helpen, vooral omdat het Lauwersmeer gebied in die tijd uit een groot meer bestond waar de watergeuzen over konden varen om zo mannen aan land te zetten om mee te vechten. De Watergeuzen kwamen vanuit Emden ( Duitsland) en van daaruit probeerden ze om Delfzijl, dat toen ook al gunstig lag voor de scheepvaart, in te nemen.  

Helaas brachten ze geen van deze acties tot een goed einde. Lodewijk en zijn mannen wilden Adolf wel wreken op de Spanjaarden, maar konden dat niet doordat ze te weinig geld hadden om de strijdende manschappen soldij uit te betalen. Willem van Oranje had gerekend op steun van de Duitse vorsten, maar die kreeg hij niet. Aan het einde van deze eerst zo succesvolle veldtocht verloren zijn troepen de slag bij Jengum. De troepen konden het veilige Duitsland in vluchten, maar Willem van Oranje kon maar net via de Maas richting Frankrijk ontkomen.  Vervolgens probeerde Willem de gereformeerden en de lutheranen bij elkaar te brengen, om zo geld voor een nieuwe aanval bij elkaar te brengen. Dat lukte niet, ook al was hij daar tot 1571 mee bezig. Het enige wat hij op dat moment kon doen was zich te bekeren tot het calvinisme zodat de calvinisten hem zouden steunen. De meeste calvinisten waren naar Duitsland gevlucht, omdat ze in Nederland hevig vervolgd werden. Zijn broers Lodewijk en Jan waren ook al calvinist geworden, dat was ook wel begrijpelijk, want ze deelden het lot van hun broer die niets meer te verliezen had. In 1573 werd Willem uiteindelijk calvinist.  

De volgende tegenslag liet niet lang op zich wachten. Bij de volgende veldslag, in 1574 sneuvelden Lodewijk en een andere broer, Hendrik van Nassau, op de Mokerhei. Nu was de tweede grote aanval mislukt. Willem van Oranje was zeer bedroefd en hij schreef dat nu bijna iedereen die hij liefhad van hem heen was gegaan (zijn vrouw Anna van Buren, waar hij wel van gescheiden was, was in 1554 ook gestorven) Willem van Oranje vond veel troost in het geloof. In deze periode schreef hij de woorden:”Al zouden we allen sterven en heel dit arme volk uitgemoord worden, toch zijn wij zeker dat God nooit de zijnen verlaat.” 

Ondanks dat de strijd in Noord-Nederland na een aanvankelijk succes op een mislukking uitliep, bleek het het startsein voor een oorlog die door protestantse edelen werd gewonnen.Willem van Oranje maakte dit einde echter niet mee, hij werd in het prinsenhof te Delft in 1584 vermoord. 

Bronnen:
S. Groenveld en. H.C.Ph. Leeuwenberg, De kogel door de kerk? (De watburg, 1979).
members.home.nl/m.tettero/Watergeuzen/Heiligerlee.htm
Nederlands Dagblad, 13-11-2004
Dagblad van het Noorden, 29-10-2005
http://www.scheemda.nl/index.cfm?sid=164&pid=636   

 
< Vorige   Volgende >
 
 
© 2010 Histotheek.nl
 

Gratis oefenmateriaal

ZOEKEN IN WIKIPEDIA

Search Wikipedia

site stats