|
Hannibal Barcas ( 247 v.C. – 183 v.C.)
Hannibal is vooral bekend geworden door zijn stoutmoedige optreden tijdens de Tweede Punische oorlog (218-201 v.C.). Hannibal wist de Romeinen een gevoelige nederlaag te bezorgen door met zijn leger de Romeinse legioenen keer op keer te verslaan. Toch maakte hij een kapitale blunder die ervoor zorgde dat de Romeinen hem uiteindelijk overwonnen. Hannibal werd geboren in de stad Carthago in het huidige Tunesië. Zijn vader Hamilcar was een geducht en gevrees generaal die in de Eerste Punische oorlog (264-241 v.C.) grote delen van het Iberisch schiereiland (Spanje en Portugal) wist te veroveren op de Romeinen. Het oorlogvoeren werd Hannibal dan ook al vroeg bijgebracht. Volgens de Romeinse historicus Cornelius Nepos, dwong de vader van Hannibal hem, voordat hij vertrok, altijd een vijand te blijven van de Romeinen. Na het overlijden van Hamilcar in 229 v.C. volgde na het bewind van regent Hasdrubal, Hannibal zijn vader in 221 v.C. op. De soldaten die met Hamilcar hadden gevochten meenden dat hun oude leider uit de dood was opgestaan. ‘met fiere tred, het gevaar wegwuivend en niet bevreesd voor koude of honger’ liep de jonge Hannibal voor zijn troepen en trainde hij ze tot het uiterste aldus de Romeinse historicus Livius. Zijn moed was bewonderenswaardig. Tijdens iedere veldslag bevond hij zich in de voorste linie en iedere vorm van gevaar tartte hij. De schaduwkant van Hannibals karakter is even heftig. Hij was ongekend wreed, loog en bedroog waar hij maar kon en had lak aan het eren van de goden. Een interne machtsstrijd in het stadje Saguntum in Spanje greep Hannibal aan om de tweede Punische oorlog te beginnen. Omdat een pro-Romeinse factie de macht greep viel Hannibal het stadje aan waarna hij over de Pyreneeën, door zuid-Gallië en over de Alpen naar Italië trok. Zijn leger bestond uit Afrikaanse troepen die voor de gelegenheid olifanten hadden meegenomen. Met name dit feit boezemde de Romeinen grote angst in en gaf voedsel aan de mythe van Hannibal. In Noord-Italië versloeg Hannibal ieder legioen en leger dat tegen hem in het veld werd gebracht. De belangrijkste veldslagen in die periode zijn die bij het Trasimeense meer (217 v.C.) en de slag bij Cannae (216 v.C.). Deze laatste slag werd als een klassiek voorbeeld door vele latere generaals geïmiteerd. Hannibal had in het centrum van zijn leger de zwakste troepen opgesteld en aan de flanken de sterkste. Door een frontale aanval in het centrum drongen de Romeinse troepen de Carthagers terug maar werden hierdoor tegelijk omsingeld door de flanken van Hannibal. De overwinning was compleet. Na de overwinning bij Cannae lag de weg naar Rome open. Hannibal omzeilde Rome echter en trok naar Zuid-Italië waar hij een aantal steden (Capua, Tarentum en Syracuse) veroverde. Vermoedelijk hoopte hij om de weg naar de kust vrij te vechten om nieuwe troepen vanuit Carthago over zee te laten komen. Ondertussen werd het leger van zijn broer Hasdrubal, die zich met het leger van Hannibal hoopte te verenigen, bij de rivier de Metaurus verslagen. Volgens Livius werd het afgeslagen hoofd van Hasdrubal bij wijze van boodschap het kamp van Hannibal ingeslingerd. In 203 v.C. werd Carthago door een leger van Publius Cornelius Scipio bedreigd waardoor Hannibal terugkeerde. Tijdens de slag bij Zama Regia versloeg Scipio de troepen van Hannibal, door zijn cavalerie na een achtervolging van enkele vluchtende Carthagers te laten keren om Hannibal in de rug aan te vallen. Hannibal werd na de oorlog gespaard en kreeg in Carthago de functie van gezagsdrager over de landbouw. Nadat enkele aristocratische families de Romeinen bewogen om hem uit te leveren, vluchtte hij naar Syrië en vervolgens naar het hof van koning Prusias van Bithynië. Daar nam Hannibal, na te zijn ontdekt door spionnen, gif in om te voorkomen dat hij zou worden uitgeleverd. Hannibal had zich tot aan het bittere einde aan de belofte, die hij zijn vader deed als jonge man, gehouden. Bronnen: http://www.livius.org/ha-hd/hannibal/hannibal.html http://www.annibale.net/nl/index.php R.R. Palmer en J. Colton, A history of the modern World (New York 1998).
|