|
Socrates (470-399 v.C.) Socrates was de eerste van drie uiterst belangrijke filosofen. Hij onderwees Plato (427-347 v.C.) die op zijn beurt Aristoteles (384-322 v.C.) les gaf. Socrates denken werd geleid door de vraag hoe de mens zo deugdzaam mogelijk kon leven. Kerngedachte van Socrates is het idee dat alle kennis die en mens opdoet van buiten, schijnkennis is. Zijn leus ‘ken uzelve’ houdt dan ook in, dat de mens door zelfreflectie, filosoferen en diep in zichzelf na te denken zichzelf moet leren kennen. Want hoe kan iemand iets kennen als hij zichzelf niet kent? Socrates stond zowel bekend als pedant en vervelend persoon die niet ophield mensen vragen te stellen (om ze zichzelf te laten kennen) en als een groot communiceerder. Hij ging daarbij uit van de inductieve methode (door het vraag na vraag te stellen tot een antwoord te komen ofwel door delen naar een geheel). Niet iedereen nam hem het houden van dergelijke dialogen (tweespraken) op de agora (het plein) in dank af. De ideeën van Socrates zijn met name bekend geraakt door zijn leerling Plato. Daarom is het niet geheel duidelijk waar de ideeën van de een beginnen en de ander ophouden. Vast staat, dat Socrates volgens een scherpe moraal naar zijn eigen standpunten leefde. Het meest duidelijk wordt dit wanneer het grimmige einde van Socrates nadert. Door de Atheners werd Socrates in 399 v.C. beschuldigd van het introduceren van nieuwe goden. Waarschijnlijk had hij door zijn dialectische methode (het doorvragen en daarmee te proberen de ander tot dieper inzicht te brengen over zichzelf) menigeen tegen hem in het harnas gejaagd. Consequent als hij was, paste hij ook de dialectische methode tegen zijn aanklagers toe die hij er zelfs danig mee in het nauw wist te drijven. Toen Socrates uiteindelijk bijna de helft van de jury aan zijn kant bleek te hebben (die aanvankelijk in het geheel tegen hem was) stond men hem toe zijn eigen strafmaat te bepalen. In plaats van zijn toehoorders tot een milde straf te bewegen, gooide Socrates het over een geheel andere boeg. Spottend stelde hij de meest belachelijke straffen voor en lachte vrolijk mee met zijn rechters en de jury. Uiteindelijk had hij de jury zo geërgerd dat deze de doodstraf tegen hem eiste. Socrates koos daarop de dood door de gifbeker. Een langzame dood die hij als het ware voelde opkomen vanuit de benen. Socrates maakte deze keuze om tot zijn laatste ogenblik tot zijn leerlingen te kunnen spreken. Het verslag van Socrates’ dood, zoals geschreven door Plato in de Apologie (het proces) en Phaedo (de ter dood brenging) behoort tot een van de meest aangrijpende in de filosofie. Tot het bittere einde bleef Socrates zijn beginselen van deugdzaamheid trouw. Hij kreeg de mogelijkheid om Athene te ontvluchten maar hij koos voor de gifbeker. Hij weigerde, consequent als hij was, om het gevolg van de wet te ontvluchtten die hij als Atheens staatsburger jaren geleden zelf mee had ondertekend. Bronnen: L. De Blois en R.J. van der Spek, Een kennismaking met de Oude wereld (Bussum, 1996). R. R. Palmer, a history of the modern World (New York 1998). http://www.goddijn.com/pgcols/socrates.htm
|