Monniken en Ridders: De samenleving in de middeleeuwen

De Tien Tijdvakken - Tijd van Monniken en Ridders

In de middeleeuwen was de samenleving verdeeld in 3 groepen: de geestelijkheid, de adel en de boeren.

Geestelijkheid

De leider van de geestelijkheid was de paus. In de middeleeuwen was er immers maar één kerk: De Rooms Katholieke Kerk. Hij werd geholpen door andere geestelijken, de kardinalen, de aartsbisschoppen en bisschoppen. Die noemen we ook wel de hoge geestelijkheid.
De lage geestelijkheid bestond uit monniken, nonnen en gewone priesters.

De geestelijken konden vaak lezen en schrijven. Aan het begin van de middeleeuwen was dat geen normale zaak. Kloosters hadden een bibliotheek en beschikten dus over veel kennis, zoals over landbouw en geneeskunde.

Adel

De adel bestond uit koningen, hertogen, graven, baronnen en ridders. Een ander woord voor adel is ook wel edellieden. Ze vormden een aparte groep en hadden veel grondbezit. Vaak kwamen edellieden in conflict met hun baas, zoals een koning of bisschop. Want ook zij waren rijk en machtig.

Boeren

De laagste groep bestond bijna vooral uit de boeren. Veel van hen moesten pacht betalen aan de kerk of aan de adel. Soms hadden ze zo'n slecht bestaan, dat ze zichzelf verkochten. Vaak woonden boeren op het land van een heer en hadden ze weinig rechten.

Deel
 
We hebben 20 gasten online