Grondleggers van de Europese Unie

De Tien Tijdvakken - Tijd van Televisie en Computer

De grondleggers van de Europese Unie

Konrad Adenauer (1876-1967)

De eerste kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland, die van 1949 tot 1963 aan het hoofd van de nieuwe staat stond, veranderde meer dan wie dan ook het aanzicht van Duitsland en de Europese geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog.

Adenauer had zich, net als andere politici van zijn generatie, al na de Eerste Wereldoorlog gerealiseerd dat een duurzame vrede alleen tot stand zou komen wanneer Europa verenigd was. Zijn mening werd ondersteund door zijn ervaringen tijdens het Derde Rijk: hij werd door de nazi's ontslagen als burgemeester van Keulen.

In slechts zes jaar, van 1949 tot 1955, realiseerde Adenauer ambitieuze doelstellingen op het gebied van buitenlands beleid waardoor nauwere betrekkingen ontstonden tussen Duitsland en het westelijke bondgenootschap: toetreding tot de Raad van Europa (1951), oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1952), en deelneming van Duitsland aan de NAVO (1955).

Een van de hoekstenen van het buitenlandse beleid van Adenauer was de verzoening met Frankrijk. Samen met de Franse president Charles de Gaulle bereikte hij een keerpunt in de geschiedenis: in 1963 ondertekenden de voormalige aartsvijanden Duitsland en Frankrijk een verdrag van vriendschap dat een van de mijlpalen werd op weg naar Europese integratie.


Sir Winston Churchill (1874-1965)

Churchill, een voormalige legerofficier, oorlogscorrespondent en premier van Groot-Brittannië (1940-1945 en 1951-1955), was een van de eersten die opriep tot de vorming van de "Verenigde Staten van Europa".

Na de ervaring van de Tweede Wereldoorlog was hij ervan overtuigd dat alleen met een verenigd Europa een duurzame vrede gewaarborgd zou kunnen worden. Zijn doel was ervoor te zorgen dat Europa in de toekomst niet meer zou lijden onder de kwalijke aspecten van nationalisme en oorlogsgeweld.

Hij formuleerde de conclusies die hij had getrokken uit de geschiedenis in zijn beroemde "toespraak tot de jonge academici" aan de universiteit van Zürich in 1946: "Er bestaat een middel waarmee ... heel Europa binnen enkele jaren...vrij en...gelukkig zal zijn. Hierdoor zal de Europese familie, of zoveel ervan als mogelijk, in ere worden hersteld en zal zij een structuur krijgen waarin zij in vrede, veiligheid en vrijheid kan wonen. We moeten een soort Verenigde Staten van Europa bouwen".

Zo werd de drijvende kracht achter het bondgenootschap tegen Hitler een actieve strijder voor de Europese zaak.

Sir Winston Churchill maakte ook naam als schilder en schrijver en ontving in 1953 de Nobelprijs voor letterkunde.


Alcide de Gasperi (1881-1954)

Van 1945 tot 1953 bepaalde Alcide de Gasperi als premier en minister van Buitenlandse Zaken het binnenlandse en buitenlandse beleid van Italië in de jaren na de oorlog.

Hij werd geboren in de regio Trentino-Alto Adige (Zuid-Tirol), die tot 1918 tot Oostenrijk had behoord. Net als andere uitzonderlijke staatslieden van zijn generatie voerde hij actief campagne voor Europese integratie. Door zijn ervaringen met fascisme en oorlog - tussen 1926 en 1929 zat hij in de gevangenis totdat het Vaticaan hem asiel verleende - raakte hij ervan overtuigd dat alleen door Europese integratie een herhaling zou kunnen worden voorkomen.

Steeds opnieuw gaf hij de aanzet tot plannen voor de integratie van West-Europa, werkte hij aan de uitvoering van het Marshall-plan en bevorderde hij de vorming van nauwe economische banden met andere Europese landen, vooral met Frankrijk. Ook steunde hij het plan-Schuman voor de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en hielp hij mee met het uitwerken van de gedachte van een gemeenschappelijk defensiebeleid.

Walter Hallstein (1901-1982)

Walter Hallstein was van 1958 tot 1969 de eerste voorzitter van de Europese Commissie, een toegewijd Europeaan en een overtuigd voorstander van Europese integratie.

Volgens hem was het voor een succesvolle politieke eenwording van Europa van het allergrootste belang dat er eerst gemeenschappelijke economische instellingen zouden worden opgericht. Als voorzitter van de Europese Commissie streefde Hallstein naar een snelle verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt. Zijn energieke enthousiasme en zijn overredingskracht bleven zelfs tot na zijn voorzitterschap positief doorwerken op het integratieproces. Maar het tempo van de integratie was tijdens de zogenaamde Hallstein-periode legendarisch.

Aanvankelijk verwierf de voormalige staatssecretaris in het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken internationale erkenning met zijn Hallstein-doctrine uit de jaren vijftig. Deze doctrine was jarenlang bepalend voor het buitenlandse beleid van Duitsland en had als hoofdelement het smeden van nauwere banden tussen de jonge democratie en West-Europa.

Hallstein is ook hoogleraar geweest aan de juridische faculteit van de universiteiten van Rostock en Frankfurt.


Jean Monnet (1888-1979)

De Franse economische adviseur en politicus Jean Monnet was een toegewijd voorvechter van Europese integratie. Hij was de inspirator van het "plan-Schuman", dat gericht was op het samenvoegen van de zware industrie van West-Europa.

Monnet werd geboren in de streek Cognac in Frankrijk. Hij ging op zestienjarige leeftijd van school en maakte daarna internationale reizen, eerst als cognac-handelaar en later ook als bankier. Tijdens de beide wereldoorlogen bekleedde hij hoge functies en was hij betrokken bij de coördinatie van de industriële productie in Frankrijk en Groot-Brittannië.

Hij was als topadviseur van de Franse regering de belangrijkste inspirator van de beroemde "Schuman-verklaring" van 9 mei 1950, die leidde tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en daarom ook wel wordt gezien als de geboorte van de Europese Unie. Tussen 1952 en 1955 was hij de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit van de EGKS.

We zouden Monnet echter tekort doen wanneer we het alleen hebben over zijn invloed op economisch gebied. Een bekende en veel geciteerde uitspraak van hem was "Wij brengen mensen samen, geen landen". De huidige EU-programma's voor uitwisseling op het gebied van cultuur en onderwijs moeten worden gezien als een voortzetting van die traditie.

 

Robert Schuman (1886-1963)

De politicus Robert Schuman, advocaat en van 1948 tot 1952 de Franse minister van Buitenlandse Zaken, wordt gezien als een van de grondleggers van Europese integratie.

Schuman werd geboren in de Elzas, een grensstreek tussen Frankrijk en Duitsland, en ondanks, of misschien dankzij zijn ervaringen in nazi-Duitsland, zag hij in dat alleen een duurzame verzoening met Duitsland de basis zou kunnen vormen voor een verenigd Europa. In 1940 werd hij gedeporteerd naar Duitsland en nadat hij twee jaar later was gevlucht, sloot hij zich aan bij de Franse verzetsbeweging. Desondanks toonde hij geen wrok toen hij na de oorlog minister van Buitenlandse Zaken werd.

Samen met Jean Monnet stelde hij het beroemde plan-Schuman op. Op 9 mei 1950 publiceerde hij dit plan en we beschouwen deze datum als de geboortedag van de Europese Unie. Zijn voorstel was om de productie van kolen en staal, de belangrijkste grondstoffen voor de wapenindustrie, onder een gemeenschappelijk gezag te plaatsen. Het principe hierachter was dat wie geen controle over de productie van kolen en staal had, geen oorlog zou kunnen beginnen.

Schuman stelde de Duitse kanselier Adenauer op de hoogte van het plan en deze zag onmiddellijk dat dit een kans was op een vreedzaam Europa en ging ermee akkoord. Korte tijd later reageerden ook de regeringen van Italië, België, Luxemburg en Nederland. In april 1951 ondertekenden de zes landen in Parijs het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Europa begon dus als een vredesinitiatief.

Schuman was ook voorstander van een gemeenschappelijk Europees defensiebeleid en was van 1958 tot 1960 voorzitter van het Europees Parlement.


Paul Henri Spaak (1899-1972)

De Belg Paul Henri Spaak kan met zijn lange politieke carrière het best worden beschreven als een Europees staatsman.

Na een leugen over zijn leeftijd werd hij tijdens de Eerste Wereldoorlog aangenomen in het Belgische leger met het gevolg dat hij twee jaar doorbracht als krijgsgevangene van Duitsland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde hij, nu als minister van Buitenlandse Zaken, tevergeefs de neutraliteit van België te bewaren. Samen met de regering ging hij in ballingschap, eerst naar Parijs en vervolgens naar Londen.

Nadat België bevrijd was, werd Spaak lid van de regering en was hij minister van Buitenlandse Zaken en premier. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij plannen ontwikkeld voor het samengaan van de landen van de Benelux en direct na de oorlog voerde hij campagne voor de eenwording van Europa en steunde hij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en een Europese defensiegemeenschap.

De meest doeltreffende manier om vrede en stabiliteit te garanderen was, volgens Spaak, het verenigen van landen door de ondertekening van bindende verdragen. Als voorzitter van de eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (1946) en als secretaris-generaal van de NAVO (1957-1961) kon hij helpen bij het verwezenlijken van deze doelstellingen.

Spaak speelde een belangrijke rol bij het formuleren van de inhoud van het verdrag van Rome. Op de conferentie in Messina in 1955 werd hij door de zes regeringen van de deelnemende landen benoemd als voorzitter van de werkgroep die het verdrag ging voorbereiden.


Altiero Spinelli (1907-1986)

De Italiaanse politicus Altiero Spinelli was een van de grondleggers van de Europese Unie. Hij speelde een belangrijke rol bij het complete voorstel van het Europees Parlement voor een verdrag betreffende een federale Europese Unie, het zogenoemde plan-Spinelli. In 1982 werd dit plan met een verpletterende meerderheid van stemmen goedgekeurd in het parlement en het vormde een belangrijke bron van inspiratie voor het versterken van de Verdragen van de EU in de jaren tachtig en negentig.

Toen Spinelli 17 jaar oud was, werd hij lid van de communistische partij. Hierdoor zat hij tussen 1927 en 1943 gevangen onder het fascistische regime. Op een conferentie van het Europese verzet begin 1944 was hij een van de initiatiefnemers voor een voorstel voor een Europees manifest. Aan het einde van de oorlog richtte hij in Italië de federale Europese beweging op.

In zijn rol van adviseur van onder anderen de Gasperi, Spaak en Monnet werkte hij voor de eenwording van Europa. Hij bevorderde het Europese doel ook op academisch gebied en stichtte in Rome een instituut dat zich bezig hield met internationale zaken.

Als lid van de Europese Commissie hield hij zich van 1970 tot 1976 bezig met intern beleid. Voordat hij in 1979 werd gekozen voor het Europees Parlement diende hij eerst drie jaar als parlementslid voor de communistische partij van Italië.

 

Deel
 
We hebben 10 gasten online