Nederland: vrouwen in de jaren 1960 en 1970

De Tien Tijdvakken - Tijd van Televisie en Computer

Gezag onder druk: emancipatie van vrouwen in de jaren zestig en zeventig

Welke veranderingen werden zichtbaar in de traditionele gezagsverhoudingen binnen het gezin en tussen de seksen?

Het ideaalbeeld van het gezin met daarin de traditionele rollen van de echtgenote /moeder en van meisjes kwam sterk onder druk te staan.

De groeiende welvaart in Nederland bevorderde een geleidelijke stijging van beroepsarbeid door de gehuwde vrouw. Door de invoering van de pil (1963) konden vrouwen hun vruchtbaarheid vrij gaan regelen en ging men geslachtsverkeer en voortplanting voortaan losser van elkaar zien. In samenhang met deze ontwikkelingen voltrok zich een algemeen proces van individualisering. Niet langer traditie, maar persoonlijke behoeften werden richtinggevend voor het gedrag in gezinsverband. Dat manifesteerde zich o.a. in het losser worden van de huwelijksmoraal.

In de jaren zeventig ontstonden naast het traditionele gezin nieuwe vormen van samenleven en ouderschap.

Welke specifieke ontwikkelingen stimuleerden deze veranderingen?

[De onderstaande ontwikkelingen moeten worden bezien in het licht van de veranderingen beschreven in hoofdstuk 3. ]

De toetreding van de vrouw tot de arbeidsmarkt werd bevorderd door een complex van factoren. Allereerst ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: de afname van het aantal ongehuwde vrouwen en de stijgende vraag naar arbeid in de sectoren verpleging, onderwijs en administratie. Vervolgens ontwikkelingen thuis: de mechanisering van het huishouden en na 1965 de daling van het kinderaantal. De kenmerkende grote gezinnen van katholieken en gereformeerden verdwenen bijna helemaal.

In de jaren zestig verkleinden de meisjes en vrouwen hun onderwijsachterstand op jongens en mannen, getuige de groeicijfers in het vervolgonderwijs, al kwamen ze nog vaak in lagere onderwijssoorten terecht.

Beter opgeleide vrouwen werden zich, mede onder invloed van populaire egalitaire ideeën, scherper bewust van ongelijkheid tussen seksen op de arbeidsmarkt en in de politiek.

Tussen 1968 en 1970 ontstond in Nederland de tweede feministische golf. Twee feministische organisaties, Man Vrouw Maatschappij en Dolle Mina, gaven dit feminisme vorm en stimuleerden een verdere individualisering van de maatschappelijke verhoudingen en ontvoogding van de positie van vrouwen.

Hoe confronteerden vrouwenbewegingen gezagsdragers met hun eisen?

De eisen die MVM en Dolle Mina aan gezagsdragers stelden, kenden een sterk verschillende toonzetting maar vertoonden wat de inhoud betreft duidelijke overeenkomsten. Voor de actiegroep Dolle Mina (1970) vormde het ludieke anarchisme van Provo de grondslag. Zij richtte fel de publieke aandacht op de achterstelling en onderdrukking van vrouwen en bepleitte feministische doelstellingen: legalisering van abortus, gratis kinderopvang en gelijkstelling van mannen en vrouwen in arbeid en onderwijs. MVM (1968) trad verhoudingsgewijs wat gematigder op. Deze pressie- en lobbygroep spande zich meer pragmatisch in voor de gelijke kansen van mannen en vrouwen. Zij vroeg om 'positieve discriminatie', een voorrangsbeleid voor vrouwen.

Het belangrijkste strijdpunt van deze tweede feministische golf vormde de strijd voor een vernieuwde abortuswetgeving. Gedurende de jaren zeventig voltrokken zich acties en demonstraties waarbij vooral Dolle Mina en 'Wij vrouwen eisen' in de weer waren. Climax vormde de bezetting van de met sluiting bedreigde Bloemenhovekliniek, een abortuskliniek te Bloemendaal, in 1976.

Wat waren de reactiepatronen van de gezagsdragers?

Tot ver in de jaren zeventig hield een deel van de politici en maatschappelijke gezagsdragers vast aan traditionele opvattingen rond huwelijk en gezin. Het centrale strijdpunt in de jaren zeventig vormde de abortuskwestie. Tussen 1970 en 1981 werden zeven wetsvoorstellen ingediend om de abortus te regelen. Met moeite werd in 1981 een politieke meerderheid gevonden voor een compromis: abortus bleef opgenomen in het Wetboek van Strafrecht maar was niet meer strafbaar, mits de wetsregels werden nageleefd.

Tijdens de jaren zeventig wijzigde de overheid geleidelijk haar beleid ten gunste van de wensen van de vrouwenbeweging. Dankzij een wetswijziging in 1971 werd de echtscheiding bij gemeenschappelijk verzoek ingevoerd en kon de rechter niet meer het bewijs van duurzame ontwrichting van het huwelijk eisen. Ook echtscheiding op eenzijdig verzoek werd voortaan mogelijk. Het Nederlandse emancipatiebeleid werd in 1974 een officieel feit bij de installatie van de Emancipatiecommissie. Aangezet door Europese richtlijnen heeft de overheid tussen 1975 en 1978 wetgeving voor gelijke beloning en gelijke behandeling bij arbeid en in sociale zekerheid gestimuleerd.

Welke ontwikkelingen in de jaren zeventig wezen op een verander(en)de positie van vrouwen in de politieke cultuur?

De positie van de vrouwen in Nederland is in de loop van de jaren zeventig aanzienlijk versterkt. In het parlement, de provinciale staten en de gemeenteraden is het aandeel van de vrouwelijke politici in de loop van de jaren zeventig gestegen. Ook het aantal vrouwelijke ministers, wethouders en burgemeesters is toegenomen.

Van 1977 tot 1986 waren er staatssecretarissen voor emancipatiebeleid. De Emancipatiecommissie werd in 1981 opgevolgd door de Emancipatieraad die gevraagd en ongevraagd adviezen uitbracht over emancipatiekwesties.

Ook in het partijwezen is de invloed van vrouwen gestegen, vooral via de versterking van de vrouwenorganisaties, als de 'Rooie Vrouwen' in de PvdA. Hierdoor zijn de selectiecriteria voor een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst aangepast ten gunste van vrouwen.

Politieke of maatschappelijke vrouwenorganisaties kwamen in aanmerking voor gelden uit de jaarlijkse subsidiestroom.

Deel
 
We hebben 59 gasten online