Boog van Odysseus

Bronteksten - Grieken en Romeinen

"Nu was ook Penelope's tijd gekomen. Athene had haar de raad gegeven om aan de vrijers de boog van Odysseus, die hij bij zijn vertrek naar Troje had achtergelaten, voor een wedkamp te geven. Met de boog en de koker vol pijlen in de hand trad zij de zaal binnen in het midden van de rumoerige gasten en gebood stilte. 'Hoort mij aan, edele vrijers!', riep zij. 'Gij wilt mij tot gemalin voor uw innen. Welnu dan, laat er een wedstrijd zijn! Wie de boog van de goddelijke Odysseus het gemakkelijkst spant en door de gaten van twaalf achter elkaar opgestelde bijlen heenschiet, zoals mijn gemaal vroegers eens gedaan heeft, aan hem zal ik mijn hand ten huwelijk geven.'

[... na enkele mislukkingen van de vrijers ...]

Nu nam Odysseus een pijl uit de koker, spande de boog als tevoren en schoot de opgelegde pijl door alle twaalf gaten heen. Rustig keerde de held zich tot zijn zoon: 'De vreemdeling, die gij in uw paleis hebt opgenomen, Telemachus, heeft u naar mij lijkt geen schande aangedaan! Mijn kracht is onverzwakt, hoezeer de vrijers mij ook gehoond hebben. Doch nu is het tijd om nog bij daglicht voor de Achaiers een avondmaal te bereiden en dans en snarenspel te bestellen, gelijk het bij een feestelijke maaltijd past!'

Daarbij gaf Odysseus aan zijn zoon het afgesproken teken. Snel gespte deze zijn zwaard om, nam de speer in de hand en trad naast zijn vader.

[... Odysseus neemt wraak op de vrijers ...]

Als runderen, die op de wei door een horzel worden achtervolgd, zo renden de vrijers verwilderd in de zaal rond om zich voor de schoten te beschutten. Maar het strafgericht nam niet eerder een einde voordat de laatste der brutale indringers in zijn bloed neerzag. Alleen Femios, de zanger, en Medoon, de heraut, werden door Odysseus' wapenen verschoond."

Uit: Gustav Schwab, Griekse mythen en sagen (Utrecht 1962), 224.

Deel
 
We hebben 32 gasten online