Romeinen: De drie Punische oorlogen
De Tien Tijdvakken - Tijd van Grieken en Romeinen
De eerste Punische oorlog was het begin van een serie van in totaal drie oorlogen om te bepalen wie de macht had in de middellandse zee: Rome of Carthago. Aanvankelijk leek de zeemacht Carthago, met zijn sterke financiële positie, grote marine en uitmuntende generaals de strijd te winnen. De vasthoudendheid, flexibiliteit en het uithoudingsvermogen van de ‘landmacht’ Rome gaf uiteindelijk echter de doorslag.
De Eerste Punische oorlog (264-241 v.C.)
De oorlog begon toen Carthago Messina in het noorden van Sicilië te hulp kwam tegen een aanval van Syracuse. Nadat Carthago had overwonnen, bleven de troepen echter op Sicilië. Dit kon de Romeinse senaat niet over zijn kant laten gaan. Rome besloot om de aanval over land in te zetten omdat de Carthagers op zee een machtige vloot hadden samengetrokken. Het leger werd onder leiding van Appius Cladius Caudex in het holst van de nacht van het vasteland van Italië naar Sicilië overgezet. Na een zeven maanden durende belegering van het stadje Agrigentum in 262 v.C. moesten het Carthaagse leger zich overgeven. Vanaf dat moment besloot Carthago om op zee verder te vechten aangezien de Romeinen op het vasteland nauwelijks te verslaan waren. De aan en afvoerschepen van de Romeinen werden aangevallen en het vervolg was een maritieme uitputtingsslag.
De Romeinen stuurden uiteindelijk in 256 v.C. een leger onder leiding van Marcus Atilius Regulus naar Carthago, dat tenauwernood gered werd door de huurlingengeneraal Xanthippos. Hamilcar Barcas, de vader van de legendarische Hannibal, werd daarop naar Sicilië gestuurd om een aantal steden te veroveren.
Oorlog in die dagen had overigens een geheel andere invulling dan zoals wij die tegenwoordig kennen. Omdat de handelselite in Carthago geen belang had bij de oorlog, bleven zij vrolijk verder handelen met de Romeinen en waren ze nauwelijks bereid om mee te betalen aan de strijd. De lagere en middenklasse wilde echter grond veroveren en bleef volharden in de oorlog tegen de Romeinen. Omdat beide zijden niet bereid waren tot een compromis, sleepte de oorlog zich voort totdat rijke particulieren in Rome opdracht gaven tot de bouw van een nieuwe vloot. Het was uiteindelijk deze vloot die de Carthagers versloeg bij Aegusa.
De Tweede Punische oorlog (218-201 v.C.)
De tweede Punische oorlog begon met een grensconflict over de rivier de Ebro in Spanje. Omdat Rome verklaarde dat de stad Saguntum in hun invloedssfeer lag en deze prompt een Romeins bondgenoot werd, viel Hannibal Barcas de stad binnen.
In de eerste Punische oorlog was Carthago vrijwel de gehele vloot kwijtgeraakt dus besloot Hannibal om over land Italië aan te vallen. Legendarisch is de aanval die hij lanceerde met olifanten door zuid-Gallië over de Alpen naar de Po-vlakte. Hannibal wist ieder leger te verslaan dat op zijn pad kwam en behaalde tijdens de slag bij Cannae (2 augustus 216 v.C.) een beslissende overwinning op de Romeinen. Toch verzilverde Hannibal deze overwinning niet door Rome binnen te trekken. Hij trapte in de val die de overgebleven Romeinse legioenen voor hem hadden uitgezet. In een eindeloze guerilla oorlog hielden ze Hannibal bezig in het zuiden van Italië. Dit deden de Romeinse troepen lang genoeg om Publius Cornelius Scipio de gelegenheid te geven naar Carthago te varen en de stad te omsingelen.Hannibal bleef niets anders over dan naar Carthago terug te keren en slag te leveren (Slag bij Zama Regia). Hier werd Hannibal tenslotte verslagen.
Ondanks de nederlaag van Carthago bleven sommige Romeinen onverzoenlijk. De Romeinse staatsman Cato sloot sinds het einde van de Tweede Punische oorlog iedere redevoering af met de woorden: ‘en voorts ben ik van mening, dat Carthago verwoest moet worden’. In de derde Punische oorlog kreeg hij zijn zin.
De Derde Punische oorlog (149-146 v.C.)
De derde Punische oorlog brak uit omdat Carthago een van de voorwaarden van de vrede die was gesloten na de tweede Punische oorlog had verbroken. De Carthagers mochten volgens deze voorwaarde geen zelfstandige buitenlandse politiek meer voeren. Ondanks deze afspraak vielen ze de Berbers aan.
Drie jaar lang belegerde Scipio hierop de stad. In 146 v.C. wist hij de stad in te nemen en volledig met de grond gelijk te maken. Vele tienduizenden bewoners werden gedood en de overlevenden werden als slaaf verkocht. Er werd bij wet bepaald dat niemand in het gebied waar de stad had gestaan zou mogen wonen. Dit verbod werd pas onder keizer Augustus ( 63 v.C.-14 n.C.) opgeheven. Veel nazaten van de inwoners uit Carthago vestigden zich vervolgens in het ‘nieuwe Carthago’ dat echter nooit weer zijn vergane bloei zou evenaren.
Bronnen: E. Badian, Roman Imperialism in the late Republic (New York, 1971).
L. De Blois en R.J. van der Spek, Een kennismaking met de Oude wereld (Bussum, 1996).
L. de Blois, The Roman Army and Politics in the first century B.C. (Amsterdam, 1987).
E. Gabba, Republican Rome. The Army and the Allies (Oxford 1976).
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Nieuw(s) op deze site
- Huis Doorn en de Eerste Wereldoorlog
- Examenforum voor docenten
- Basiskennis Geschiedenis (entreetoets Pabo)
- Nationale Molendagen (11 en 12 mei 2013)
- Slag om Grebbeberg verfilmd
- Niet weggooien!
- Gratis E-boek (t/m 9 mei 2013)
- Swart op de Gracht: tentoonstelling slavernij
- Aquarellen over Japanse bezetting tijdens WO2
- Het Rijksmuseum
- Geschiedenisdidactiek
- Van Toen tot Nu: Geschiedeniscanon in stripvorm
- Van Gogh, een huis voor Vincent (deel 4)
- Van Gogh, een huis voor Vincent (deel 3)
- Van Gogh, een huis voor Vincent (deel 2)
- Van Gogh, een huis voor Vincent (deel 1)
- Rembrandt en ik (deel 4)
- Rembrandt en ik (deel 3)
- Rembrandt en ik (deel 2)
- Rembrandt en ik (deel 1)













